Onderwijsresultatenmodellen PO en VO
Het betreft een regelgebaseerd algoritme. De regels zijn vastgelegd in de Regelingen Leerresultaten PO en VO. Bij PO worden twee indicatoren berekend, waarbij één van de indicatoren wordt gecorrigeerd voor de schoolweging, een maat voor de complexiteit van de leerlingpopulatie. Beide indicatoren worden berekend over drie jaar, hiervoor wordt het gewogen gemiddelde op basis van het leerlingaantal genomen. Wanneer één of beide indicatoren onder de (gecorrigeerde) norm liggen, is het berekend oordeel onvoldoende. Wanneer beide indicatoren boven de norm liggen, is het berekend oordeel voldoende. Bij VO worden vier indicatoren berekend met ieder een eigen norm. Indicatoren worden berekend door te middelen over drie jaar. Bij drie van de vier indicatoren wordt gecorrigeerd, afhankelijk van de achtergrond en ondersteuningsbehoeften van leerlingen op een school. Wanneer twee van de vier indicatoren onder de norm liggen, is het berekend oordeel onvoldoende.
Wet op het onderwijstoezicht (WOT), Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), Wet op het primair onderwijs (WPO), Regelingen Leerresultaten PO en VO
De berekende onderwijsresultaten van een school zijn onvoldoende als deze onder de vastgestelde norm komen zoals beschreven in de Regelingen Leerresultaten voor PO en VO. Het oordeel op de onderwijsresultaten wordt pas gegeven na een onderzoek op de school. Wanneer een school geselecteerd wordt voor onderzoek, dan zal de inspecteur op basis van de berekende onderwijsresultaten een oordeel geven op de standaard: wanneer de school van mening is dat de berekende onderwijsresultaten de leerresultaten van de leerlingen niet goed weergeven, dan kan de school een eigen verantwoording indienen. Deze kan leiden tot een oordeel voldoende of niet te beoordelen op de onderwijsresultaten. Jaarlijkse risico-analyse Jaarlijks voeren we voor alle scholen en afdelingen een risico-analyse uit. De leerresultaten vormen één van de indicatoren waar we dan naar kijken. Als uit deze analyse ernstige risico’s naar voren komen, voeren we in principe altijd een onderzoek uit op school, voorafgegaan door een expertanalyse (bureauonderzoek) en een gesprek met het bestuur. Dit kan ertoe leiden dat we afzien van een onderzoek op school. Voor zowel PO als VO kunnen we daarnaast op grond van de recente toezichthistorie afzien van een onderzoek op school.
Jaarlijks worden de uitkomsten van de onderwijsresultatenmodellen PO en VO vergeleken met eerdere jaren, aan de hand van die vergelijking kunnen aanpassingen worden gedaan in de modellen. Verder worden context en maatschappelijke veranderingen uitdrukkelijk bekeken en meegewogen in de werking en toepassing van het model, zoals bijvoorbeeld bij de effecten van corona-maatregelen. Daarnaast vinden er om de paar jaar ook evaluaties en herzieningen van modellen plaats.
Het voordeel van het gebruik van een algoritme dat de onderwijsresultaten op een school berekent, is dat voor álle scholen de onderwijsresultaten op dezelfde manier berekend worden aan de hand van dezelfde wettelijke vereisten. Een tweede voordeel is dat het voorkomt dat de scores handmatig bepaald moeten worden. Een nadeel is dat niet alle specifieke kenmerken van de leerlingpopulatie in het model te vatten zijn. In zulke gevallen kan de school een eigen verantwoording aanleveren.
De primaire bronnen zijn de zogeheten 1cijfer bestanden met daarin (o.a.) de behaalde onderwijsresultaten per leerling/student. Dit bestand wordt aan de inspectie verstrekt door DUO en is gevuld met gegevens uit het Register Onderwijsdeelnemers (ROD, voorheen BRON) en de Registratie Instellingen en Opleidingen (RIO, voorheen BRIN). Ook wordt gebruik gemaakt van de APCG (open data van CBS), en Schoolweging (open data van CBS) Alle gegevens worden voor de berekeningen in het Onderwijsresultatenmodel geaggregeerd naar schoolniveau.
- Start
- augustus 2020
- Leverancier
- n.v.t.
- Contact
- Contactformulier ↗
- Register-standaard
- v1.0