Koninklijke Landmacht
Gereedstelling en inzet van de Koninklijke Landmacht.
De Koninklijke Landmacht stelt operationele eenheden gereed om in NAVO-verband bij te dragen aan strategische afschrikking. Indien nodig voeren militairen, onder de zwaarste omstandigheden, gevechtsoperaties uit om Nederland en het bondgenootschappelijk grondgebied te verdedigen. Landmachteenheden hebben de missie om de grondtroepen van een tegenstander daadwerkelijk te stoppen en te verslaan. De landmacht draagt daarnaast met expeditionaire missies bij aan het bevorderen van de internationale veiligheid en rechtsorde en ondersteunt civiele autoriteiten bij crises- en rampenbestrijding en het verlenen van humanitaire hulp.
De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de landmacht alsmede de mate van gereedheid van de grondgebonden eenheden. De landmacht is verantwoordelijk voor het operationeel gereed stellen en in stand houden van de eenheden en is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken. De landmacht zet zich in om toekomstig alle eenheden volledig operationeel gereed te stellen. Defensie rapporteert hierover aan de Kamer via de Stand van Defensie die twee keer per jaar wordt verzonden.
De oorlog in Oekraïne en de veranderende veiligheidssituatie vereisen een landmacht die in staat is grootschalige gevechtsoperaties uit te voeren en te winnen; het gevecht van verbonden wapens, met als hoeksteen het brigadeniveau, vormt de basis voor het tactische optreden en alle eenheden ontwikkelen zich verder met focus op warfighting. De landmacht ondersteunt Oekraïne in beginsel ook in 2025 met trainingen en materieel, een gevechtseenheid in Litouwen maakt standaard deel uit van de Enhanced Forward Presence en vanaf 2025 draagt de landmacht met haar eenheden bij aan het NATO Force Model. De in het verleden toegepaste bezuinigingen veroorzaken nog steeds personele en materiële tekorten waardoor eenheden verminderd inzetbaar zijn, en de voortdurende ondersteuning van Oekraïne heeft consequenties voor de eigen operationele gereedheid. De middelen uit het coalitie- en hoofdlijnenakkoord verbeteren op termijn de operationele gereedheid, maar krapte op de arbeidsmarkt, hoge prijzen en lange levertijden vertragen dit proces. Vanaf 2025 staat de gereedstelling ten behoeve van het nieuwe NATO Force Model centraal terwijl de landmacht blijft bijdragen aan de 2e en 3e hoofdtaak.