← IenW · Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Artikel 14 · Begroting 2025 (OWB)

Wegen en verkeersveiligheid

Beleid voor rijkswegen, verkeersmanagement en verkeersveiligheid.

/ 02 — Bedragen 2025 (OWB)
Uitgaven
€ 573,0 mln
Verplichtingen
€ 476,9 mln
Ontvangsten
€ 5,8 mln
/ 03 — Toelichting
A · Algemene doelstelling

Het ministerie van IenW streeft ernaar om weggebruikers zo veilig, betrouwbaar en duurzaam mogelijk van A naar B te laten reizen.

B · Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving en deels voor de uitvoering van het beleid inzake wegen en verkeersveiligheid, en zorgt via (toezicht op) wet- en regelgeving, aansturing van RWS in het beheer van het hoofdwegennet en afspraken met medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties voor veilige infrastructuur en optimaal gebruik daarvan. De Minister stimuleert specifieke onderwerpen zoals de Investeringsimpuls verkeersveiligheid en reductie van CO2-uitstoot van het wegverkeer via bekostiging, subsidies, overleg en voorlichting. De Minister is verantwoordelijk voor besluitvorming over en uitvoering van instandhouding en netwerkontwikkeling van het hoofdwegennet; instandhouding wordt op basis van een 8-jarige programmering in opdracht gegeven aan RWS en aanlegprojecten worden in het MIRT vastgelegd met bijdragen uit het Mobiliteitsfonds. De ILT houdt toezicht op de naleving van de normeisen.

C · Beleidswijzigingen 2025

Op grond van de Klimaatwet dient de uitstoot van broeikasgassen in Nederland in 2030 met 55 procent te zijn teruggedrongen ten opzichte van 1990. Daarnaast geldt op basis van de Europese Energie-efficiëntie richtlijn dat de lidstaten hun gezamenlijk finaal en primair energieverbruik met 11,7 procent moeten verminderen ten opzichte van het EU-referentiescenario uit 2020; voor Nederland leidt dit tot een finaal energieverbruik van maximaal 1609 PJ en een primair energieverbruik van maximaal 1935 PJ in 2030. Het PBL publiceert jaarlijks de Klimaat- en Energieverkenning met een prognose voor het behalen van deze doelen. Dit kan aanleiding geven tot intensivering van het beleid, waarbij de minister van Klimaat en Groene Groei een coördinerende rol heeft; omdat mobiliteit bijdraagt aan de wettelijke doelen kunnen eventuele intensiveringen van invloed zijn op het mobiliteitsbeleid.

Volledige Memorie van Toelichting ↗