Het Nederlandse onderzoek en wetenschapsbeleid ambieert een sterk en duurzaam stelsel van wetenschap en hoger onderwijs en een internationaal concurrerende onderzoeksomgeving. Het beleid streeft naar een hoge kwaliteit onderwijs en onderzoek over de volle breedte, waarin kennisinstellingen en regio's hun onderscheidende sterktes maximaal kunnen benutten en waarin optimale wetenschappelijke prestaties aansluiten op maatschappelijke behoeften. Naast de reguliere instrumenten heeft kabinet Rutte IV in het coalitieakkoord een aanvullende investering voor tien jaar gedaan via het Fonds voor Onderzoek en Wetenschap, met als hoofddoelen het versterken van het fundament, het ruimte geven aan divers talent en het vergroten van de maatschappelijke impact van hoger onderwijs en onderzoek.
De minister is verantwoordelijk voor het stelsel van onderzoek en wetenschap. De minister bekostigt belangrijke onderdelen van het onderzoeks- en wetenschapsbestel via onder andere structurele hoofdbekostiging van instellingen, aanvullende bekostiging, sectorplannen, subsidies, bijdragen aan agentschappen en internationale organisaties en de matchingsregeling voor Horizon Europe, om onder meer de talentpositie en de infrastructuur te versterken. De minister stimuleert partijen in het kennisecosysteem via strategische dialogen en onderlinge afspraken, en regisseert het stelsel via wet- en regelgeving en coordinerende activiteiten; de minister is tevens verantwoordelijk voor het toezicht op een efficiente besteding van publieke middelen.
Het ministerie blijft investeren in onderzoek en wetenschap en houdt vast aan ondersteuning van de instellingen in het veld bij de uitvoering van hun werk, zodat zij hoge kwaliteit onderwijs, onderzoek en maatschappelijke impact kunnen realiseren; een groot deel van de langetermijninvesteringen wordt bestendigd. Tegelijkertijd worden de investeringen in hoger onderwijs, onderzoek, wetenschap en innovatie niet op hetzelfde niveau voortgezet en vragen minder beschikbare middelen om scherpe en weloverwogen keuzes. Het Ministerie van OCW richt zich op drie opgaven: opgedane kennis beter en gerichter inzetten voor Nederland (onder meer via Faculty of Impact en het Nationaal Expertisecentrum Wetenschap en Samenleving, plus praktijkgericht onderzoek en practoraten in hbo en mbo), de kennissector aantrekkelijker maken voor talentvolle wetenschappers (integrale aanpak sociale veiligheid en nationaal actieplan diversiteit en inclusie), en een stabiele basis bieden voor excellent onderzoek (toekomstbestendige bekostiging, Summit Grant, Open competitie van NWO met hogere honoreringspercentages, en een wetgevingstraject Screening Kennisveiligheid). In het onderdeel beleidsprioriteiten zijn de belangrijkste beleidswijzigingen over 2025 opgenomen.