Internationaal beleid
Internationaal onderwijsbeleid, Nederlands onderwijs in het buitenland en uitwisselingen.
Het bevorderen van internationale samenwerking en uitwisseling ter ondersteuning en versterking van de kwaliteit van onderwijs, cultuur en wetenschap en ter verdere ontwikkeling van internationale competenties van scholieren en studenten, docenten, de creatieve sector en wetenschappers.
Bij het uitvoeren van de algemene doelstelling ligt de nadruk enerzijds op het ondersteunen van instellingen waarvoor internationale samenwerking noodzakelijk is voor het op peil houden van de hoge kwaliteit, en anderzijds op het aantrekken van talent voor de Nederlandse kenniseconomie en tekortsectoren. Vanwege veranderende wereldwijde machtsverhoudingen zet het kabinet in op strategische partnerschappen binnen en buiten de EU, met oog voor risico's. Daartoe zorgt de minister vanuit zijn stelselverantwoordelijkheid voor de benodigde internationaal-bestuurlijke randvoorwaarden binnen de Europese Unie en multilaterale kaders als de Raad van Europa, de OESO en UNESCO, en via bilaterale contacten, verdragen, Memorandums of Understanding, fondsen, beurzen en financiering van faciliterende en uitvoerende instanties.
De belangrijkste conclusies op het terrein van internationaal beleid worden beschreven in het onderdeel beleidsprioriteiten.