Het Rijk
als werkgever.
Rijksbrede cijfers over omvang, leeftijd, geslacht, salarisschalen en ziekteverzuim — volgens het Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2024. Per-ministerie cijfers vind je op de ministerie-pagina's.
Niet hetzelfde als het EMU-saldo hieronder.
Het Rijkssaldo hierboven is alleen de Rijksbegroting. Brussel kijkt naar het EMU-saldo — het saldo van de geconsolideerde overheid: Rijk + sociale fondsen (AOW, WW, WIA) + decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen) − onderlinge transfers. Daar slaan ook de Maastricht-drempels op (tekort ≤ 3%, schuld ≤ 60% BBP).
Het feitelijk rijkssaldo hierboven vergelijkt alleen de Rijksbegroting in enge zin (29 hoofdstukken). Het EMU-saldo (maatstaf voor de Europese begrotingsregels) telt ook decentrale overheden en sociale fondsen mee en komt volgens de Miljoenennota 2025 uit op ongeveer -2,6% BBP (≈ -€30 mrd), wat betekent dat de brede overheid juist een tekort heeft.
Het verschil zit in posten die niet direct op de 29 hoofdstukken staan: AOW/WW-uitkeringen via fondsen, zorguitgaven via ZVW-premies, en gemeentelijke + provinciale begrotingen.
Bron: Rijksbegroting OWB 2025 · saldo op basis van gegund bedrag per hoofdstuk; EMU-saldo van Miljoenennota 2025.
De geconsolideerde overheidsschuld (EMU) meet de uitstaande schuldpositie van Rijk + sociale fondsen + decentrale overheden. Het Stabiliteits- en Groeipact stelt een drempel van 60% BBP. Nederland overschreed die tussen 2009 en 2016 na de kredietcrisis, daalde daarna tot onder 50% en spiked kortstondig in 2020 (COVID) en opnieuw in 2025 door extra uitgaven en stijgende rente.
Overschot (groen) of tekort (rood) van de hele overheid als % BBP. Stippellijn = Maastricht-drempel van −3%. Grootste uitschieters: kredietcrisis (2009-2010), COVID (2020), en het nieuwe uitgavenpakket voor 2025.
Bron schuld + saldo: CBS StatLine 82565NED "Overheidsschuld en -tekort (EMU)" · CPB Macro-Economische Verkenning 2026 (september 2025) voor de raming 2025. EMU-schuld is geconsolideerde schuld — interne schuld tussen overheidslagen (bv. staatsobligaties in handen van sociale fondsen) wordt niet meegeteld.
Drie duidelijke fasen: 2007-2013 een lichte krimp onder Balkenende IV en Rutte I/II (-5%, van 114.850 naar 108.836 FTE), 2014-2019 een voorzichtig herstel (+10%), en 2020-2024 een explosieve groei (+32%) — vooral bij JenV (asielketen), Financiën (Belastingdienst ICT-transitie) en de Rijksinspecties.
Balkenende IV en Rutte I bezuinigingen; programma Vernieuwing Rijksdienst uitgefaseerd.
Rutte II/III: terug-inhuren na uitbestedingsgolf; asielinstroom 2015; Belastingdienst-herstel.
Covid-capaciteit; Toeslagenaffaire-hersteloperatie; asielketen; klimaat & stikstof-opgave.
Het Rijk vergrijst relatief: veel meer 50-plussers dan de Nederlandse beroepsbevolking gemiddeld. Tegelijk groeit sinds 2020 de instroom van onder-dertigers — van 10.5% naar 13.9%.
Aandeel vrouwen is sinds 2020 gestegen van 48.3% naar 51.6%; het Rijk passeerde in 2023 de 50%-grens.
Voortschrijdend jaargemiddelde. Het Rijk zit in 2024 op 6,4%, fractioneel boven het CBS-gemiddelde voor organisaties met meer dan 100 medewerkers (6,1%).
Een snel-verjongend personeelsbestand: in 2020 had 40.1% minder dan 6 jaar dienstverband; in 2024 is dat 54.5%. De mediane carrière-Rijksambtenaar is veel jonger in dienst dan een halve decade geleden.