/ Rijksfinanciën

Waar gaat het geld naartoe?

De Rijksbegroting 2025 — wat de rijksoverheid van plan is uit te geven en binnen te krijgen. Bron: Ontwerpbegroting (OWB), gepubliceerd op Prinsjesdag 2024.

/ Kerncijfers 2025
Uitgaven
€374,1 mld
Totaal Rijksbegroting, 29 hoofdstukken
Ontvangsten
€389,3 mld
Belastingen, premies, gasbaten, etc.
Saldo Rijksbegroting
+€15,2 mld
Niet het EMU-saldo — zie /rijk.
Per inwoner
€20.852
Gemiddelde rijksuitgaven per Nederlander
(17,94 mln inwoners)
Verplichtingen vs. uitgaven

In 2025 worden voor €407,6 mld aan nieuwe verplichtingen aangegaan, terwijl voor €374,1 mld daadwerkelijk wordt uitgegeven. Het verschil zit in meerjarige contracten (infrastructuur, defensie) die volgend jaar pas tot betaling leiden.

/ Top 15 begrotingshoofdstukken

Op uitgaven 2025, aflopend.

€60,0 mld
€57,6 mld
€44,9 mld
€36,5 mld
€33,3 mld
€27,7 mld
€18,3 mld
€14,1 mld
€12,3 mld
€12,2 mld
€9,8 mld
€9,4 mld
€9,4 mld
€5,1 mld
€4,7 mld
/ Alle 29 hoofdstukken
BegrotingVerplichtingenUitgavenOntvangstenSaldo
€59,8 mld€60,0 mld€2,5 mld−€57,5 mld
€56,2 mld€57,6 mld€2,3 mld−€55,3 mld
€44,9 mld€44,9 mld€44,9 mld
€35,5 mld€36,5 mld€285 mln−€36,2 mld
€33,3 mld€33,3 mld€84,3 mld+€51,0 mld
€44,5 mld€27,7 mld€229,0 mld+€201,3 mld
€18,3 mld€18,3 mld€1,6 mld−€16,7 mld
€13,9 mld€14,1 mld€41 mln−€14,1 mld
€12,0 mld€12,3 mld€3,7 mld−€8,6 mld
€13,3 mld€12,2 mld€245 mln−€12,0 mld
€10,7 mld€9,8 mld€97 mln−€9,7 mld
€9,2 mld€9,4 mld€9,4 mld
€9,8 mld€9,4 mld€484 mln−€8,9 mld
€4,9 mld€5,1 mld€1,8 mld−€3,3 mld
€2,7 mld€4,7 mld€74 mln−€4,7 mld
€20,7 mld€4,5 mld€2,4 mld−€2,1 mld
€3,7 mld€3,6 mld€53 mln−€3,5 mld
€3,6 mld€3,6 mld€3,6 mld
€4,0 mld€3,3 mld€497 mln−€2,8 mld
€2,5 mld€1,7 mld€1,7 mld
€761 mln€758 mln€0−€758 mln
€2,7 mld€393 mln€0−€393 mln
€267 mln€267 mln€4 mln−€263 mln
€234 mln€263 mln€205 mln−€58 mln
€191 mln€192 mln€6 mln−€186 mln
€101 mln€101 mln€9 mln−€93 mln
€89 mln€89 mln€89 mln
€59 mln€59 mln€345.000−€59 mln
€36 mln€36 mln€54 mln+€18 mln
Totaal€407,6 mld€374,1 mld€389,3 mld+€15,2 mld
/ Begrotingscyclus

Elk begrotingsjaar kent vaste momenten waarop de cijfers officieel worden geactualiseerd.

sep · jaar t−1
Prinsjesdag
OWB · Ontwerpbegroting

Miljoenennota + 29 begrotingshoofdstukken worden door het kabinet aangeboden aan de Tweede Kamer.

mei
Voorjaarsnota
1e suppletoire begroting

Eerste ronde mutaties: tegenvallers, meevallers en nieuwe besluiten. Kamer moet tekenen voor wijzigingen.

sep
Najaarsnota
2e suppletoire begroting

Laatste bijstelling in het lopende jaar voordat de begroting sluit.

mei · jaar t+1
Verantwoordingsdag
Jaarverslagen + Financieel Jaarverslag Rijk

De realisatie. Algemene Rekenkamer publiceert het Verantwoordingsonderzoek.

/ Terminologie
Miljoenennota
Begeleidende nota bij de Rijksbegroting met het macroverhaal: economische vooruitzichten, EMU-saldo, koopkracht, beleidskeuzes.
Rijksbegroting
De 29 afzonderlijke begrotingshoofdstukken — één per ministerie + Koning, Staten-Generaal, overige HCvS, Gemeentefonds, Provinciefonds, Deltafonds, Mobiliteitsfonds, BES-fonds, Nationale Schuld.
Verplichting
Juridische afspraak om geld uit te geven — kan meerdere jaren beslaan. Bij tekening valt het bedrag op de verplichtingenstand van dat jaar.
Uitgave
De daadwerkelijke betaling in dat begrotingsjaar. Verplichtingen kunnen later tot uitgaven leiden.
/ Bronnen

OWB = Ontwerpbegroting, de oorspronkelijke begroting op Prinsjesdag. Cijfers op deze pagina worden automatisch vernieuwd bij elke nieuwe Miljoenennota-publicatie.