Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit
Verduurzaming van woningen en gebouwen en borging van de bouwkwaliteit.
Stimuleren van een goede kwaliteit van de gebouwde omgeving op de aspecten duurzaamheid, energiezuinigheid, veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid. Met deze doelstelling zorgt het ministerie voor vermindering van de CO2-uitstoot op lange termijn, maakt het huishoudens weerbaarder tegen schokken in energieprijzen en borgt het dat gebouwen voldoen aan de bouwregelgeving. Ook wordt ingezet op vermindering van het gebruik van primaire grondstoffen in de bouw door onder meer hoogwaardig hergebruik van bouw- en sloopafval. Concrete doelen zijn onder meer 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990, het isoleren van 2,5 miljoen woningen, 120.000 gebouwen vergaand verduurzamen en 500.000 nieuwe warmtenetaansluitingen uiterlijk in 2030, en een volledig circulaire economie in 2050.
De inzet van burgers, instellingen, bedrijven en de gehele overheid is noodzakelijk om de doelen binnen dit artikel te halen; samen met medeoverheden, corporaties, netbeheerders, energiebedrijven, de financiële sector en de ontwerp-, bouw- en technieksector worden mensen geholpen bij het verduurzamen van hun huis of gebouw. De minister heeft hierbij een stimulerende, regisserende en wetgevende rol: op basis van de Woningwet, de Wet milieubeheer en de Kadasterwet is de minister verantwoordelijk voor het stimuleren van energiebesparing en CO2-reductie via kaderstelling, subsidies en monitoring. Op basis van artikel 2 van de Woningwet is de minister verantwoordelijk voor het opstellen en beheer van de bouwregelgeving en stelselverantwoordelijk voor het borgen van de bouwkwaliteit, terwijl toezicht en handhaving bij gemeenten berust.
In de gebiedsgerichte warmtetransitie wordt onderzocht om subsidies voor aansluit- en inpandige kosten van warmtenetten te stroomlijnen in één regeling, met beoogde inwerkingtreding in 2025, en wordt de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) verder gebracht met oog op inwerkingtreding per 1 juli 2025. Voor individuele verduurzaming continueert het Nationaal Warmtefonds in 2025 de rentekorting voor VvE's en 0% rente voor woningeigenaren tot 60.000 euro inkomen, en worden subsidies voor huurwoningen per 1 april 2025 gebundeld in een nieuwe aansluitsubsidie en de SVOH aangepast. De verduurzaming van utiliteitsbouw wordt voortgezet via het PVGO en de implementatie van de EPBD IV, met normering voor gebouwen met de slechtste energieprestatie vanaf 2030. Per 1 januari 2024 zijn het Besluit bouwwerken leefomgeving en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen voor gevolgklasse 1 in werking getreden; in 2025 wordt gewerkt aan verdere wijzigingen en de implementatie van de herziene Verordening Bouwproducten. Tot slot komt er een nationale aanpak funderingsschade met een landelijk informatiepunt en landelijke werking van het Fonds duurzaam funderingsherstel.