← VRO · Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Artikel 4 · Begroting 2025 (OWB)

Uitvoering Rijksvastgoedbedrijf

Uitvoering van het rijksvastgoedbeleid door het Rijksvastgoedbedrijf.

/ 02 — Bedragen 2025 (OWB)
Uitgaven
€ 182,0 mln
Verplichtingen
€ 182,0 mln
Ontvangsten
€ 108,0 mln
/ 03 — Toelichting
A · Algemene doelstelling

Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening geeft uitvoering aan het Rijksvastgoedbeleid door het verzorgen van de Rijkshuisvesting van Hoge Colleges van Staat, het ministerie van Algemene Zaken en het Koninklijk Huis, het beheren van monumenten die naar hun aard niet geschikt zijn voor Rijkshuisvesting en het uitvoeren van het Rijkshuisvestingsbeleid. Daarnaast realiseert het ministerie een optimaal financieel resultaat en maatschappelijk rendement bij het verwerven, beheren, ontwikkelen en vervreemden van materiële activa van en voor het Rijk voor de realisatie van Rijksdoelstellingen, gerelateerd aan de strategische opgaven van het kabinet.

B · Rol en verantwoordelijkheid

De minister van VRO is als opdrachtgever en uitvoerder verantwoordelijk voor de huisvesting van de Hoge Colleges van Staat, het ministerie van AZ en het Koninklijk Huis, voor het beheer en onderhoud van de aan het Rijksvastgoedbedrijf toevertrouwde monumenten die niet geschikt zijn voor rijksdiensten, en voor de doelmatige uitvoeringspraktijk van de Rijkshuisvesting. Daarnaast is de minister als uitvoerder op het terrein van Rijksvastgoed verantwoordelijk voor het privaatrechtelijk beheer van onroerende zaken van de Staat, voor de vertegenwoordiging van het Rijk bij gebiedsontwikkelingsprojecten met meervoudige Rijksdoelstellingen, en voor ingebruikgeving en vervreemding van overtollige onroerende zaken van andere ministeries.

C · Beleidswijzigingen 2025

Met de Kamerbrieven van 28 maart 2023 en 13 juni 2024 is bekendgemaakt dat agrarische compensatiegronden niet alleen kunnen worden ingezet voor Rijksinfrastructuur en andere taken van rijkspartijen, maar ook voor andere nationale doelen. Als gevolg hiervan stijgt de vraag naar compensatiegronden en is het van belang dat de portefeuille kwantitatief op peil kan worden gehouden. Hiertoe is bij Voorjaarsnota 2024 zowel aan de uitgaven- als de ontvangstenkant een meerjarige reeks van 5 miljoen euro toegevoegd.

Volledige Memorie van Toelichting ↗