Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet
Uitkeringen op grond van de Participatiewet, bijstand en de Toeslagenwet.
De overheid ondersteunt bij het vinden van werk en biedt inkomensondersteuning en aangepaste arbeid aan hen die dat nodig hebben. Wie kan werken, moet dat ook doen: werk zorgt voor economische en financiële zelfstandigheid en draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde. De overheid streeft naar een transparant en activerend sociaal zekerheidsstelsel dat mensen enerzijds ondersteunt en prikkelt om (weer) aan het werk te gaan, en hen anderzijds de zekerheid biedt van een adequaat vangnet als dat echt nodig is. Aan mensen die (tijdelijk) niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien biedt de overheid een sociaal vangnet in de vorm van bijstand. De overheid biedt inwoners van Caribisch Nederland waar nodig re-integratie- en inkomensondersteuning op grond van de Onderstandsregeling.
De Minister heeft een systeemverantwoordelijkheid. Hij stimuleert het vinden van werk door middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor re-integratie-inspanningen, sociale werkvoorziening en loonkostensubsidies, en financiert de inkomensondersteuning en de loonkostensubsidies. De Minister is onder meer verantwoordelijk voor de vormgeving en werking van het stelsel van wet- en regelgeving, de vaststelling van de algemene bijstandsniveaus, het ter beschikking stellen en verdelen van middelen onder gemeenten, het houden van systeemtoezicht, en de sturing van en het toezicht op de uitvoering door SVB (AIO, bijstand buitenland) en UWV (TW). Gemeenten zijn binnen de wettelijke kaders verantwoordelijk voor de rechtmatige en doeltreffende uitvoering van de Participatiewet en verwante wetten.
Het programma Participatiewet in balans, gestart in 2023, zet in 2025 de brede herziening van de wet (spoor 2) door, en het wetsvoorstel van spoor 1 met ruim twintig maatregelen is op 27 juni 2024 aan de Tweede Kamer aangeboden. Op het terrein van armoede verhoogt het kabinet het kindgebonden budget en de huurtoeslag en wordt de afbouw van de dubbele heffingskorting in de bijstand van 2025 t/m 2027 bevroren; daarnaast wordt voor 2025 en 2026 € 60 miljoen gereserveerd voor een energiefonds. Voor schuldhulpverlening stelt het kabinet structureel € 75 miljoen beschikbaar, startend met € 24 miljoen in 2025. Vanaf 2025 komt er een tijdelijke regeling voor alleenverdienerhuishoudens. Gemeenten ontvangen in 2025 een impulsbudget van € 35 miljoen voor sociaal ontwikkelbedrijven en er wordt een structurele infrastructurele opslag ingevoerd. De subsidietaakstelling uit het hoofdlijnenakkoord leidt tot bezuinigingen op re-integratie en armoede en schulden.